‘Als iemand een klacht indient bij het Internationaal Gerechtshof, kom ik getuigen' Séverine Uwerijinfura

België moet zijn excuses aanbieden voor de massale kinderroof uit Rwanda en Congo, nu vijftig jaar geleden. Honderden mengbloedkinderen zijn toen van hun moeders weggerukt. Séverine Uwerijinfura werd dertig dagen in de cel opgesloten, opdat ze zich niet zou kunnen verzetten.

Zo kopte Veerle Beel in Frankrijk op 16 juni 2010 haar artikel in de Standaard.
 

Severine.jpg

 

Veerle Beel brengt het verhaal van Séverine Uwerijinfura (66) uit Parijs.  Wat moet je met dit soort verhaal: ‘Mijn psychiater zegt dat ik moet vergeten en afsluiten, want het gewicht van de herinnering weegt zwaar.' Vergeven, neen, volgens de Veerle Beel kan deze moeder dit niet, het is nog niet vergeven,  wat haar is aangdaan is wat je doet "met vee of kippen".

‘Niemand vertelde de moeders dat de kinderen naar België zouden worden gestuurd', verklaart Séverine aan de journlist. ‘Niet de zusters van het internaat, niet de vaders, niet de Belgische overheid. Toen de vrouwen hoorden dat ze vertrokken waren, werden velen gek van verdriet. En er was niemand die zich om hun verlies bekommerde, er was geen psychologische hulp om dat te verwerken.'

De vrouw was vijftien toen ze zwanger werd gemaakt door een Belgische koloniaal, Florent Van Damme, Als tiener droeg zij ook al zorg voor de broertjes van haar kind, beiden van andere moeders. 

In de opmerkingen van deze vrouw vindt men deze intieme band terug. ‘Luc viel altijd op mijn borst in slaap', vertelt ze de ene man, "in jouw lach herken ik die van je moeder" herinnert ze de andere man. "O, je gaat steeds meer op haar lijken!"

In haar verhaal klinkt  volgens Veerle Beel de almacht van de koloniale overheid in haar leven door.

Ze was een prematuurtje, maar de zorg door haar moeder hielp haar te overleven. Als enige van de twaalf kinderen, naar school. Dank zij de zorg van de dominee en zijn vrouw heeft ze kunnen overleven. Vanaf 12 jaar ging ze zorgen voor de kinderen van de man die haar zwanger maakte. ‘Later vernam ik van Melanie, zoals hun moeder heette, dat hij haar aan de deur had gezet. Zijn arbeiders moesten haar verjagen als ze zich bij het huis durfde te vertonen. Volgens Melanie had ze geweigerd om met zijn neef te slapen. Blanken vonden het toen blijkbaar doodnormaal om hun zwarte vrouwen met elkaar uit te wisselen!'

Na Melanie kwam Philomène, die Van Damme had leren kennen in zijn eigen bar. Toen ze zwanger werd van Berrie, die nu door zijn adoptie Jacobs heet, beweerde Van Damme dat het kind niet van hem was, zegt Séverine. ‘Philomène heeft een klacht ingediend bij de regent van Kigali, die ook een neef was van Van Damme. Deze heeft zijn oom onder druk gezet tot hij het kind toch erkende.'

Séverine vertrok op een bepaald moment maar haar kind spullen van mij en het kind richting van haar ouders. Van Damme schakelde de koloniale politie in en kwam haar achterna. “Waar is het kind dat je hebt ontvoerd?”, schreeuwden ze. Dat het ook mijn kind was, telde niet. Ze reden langs mijn ouders om de baby op te halen en vervolgens stopten ze mij in de gevangenis. In cel nummer 19.130. Ze scheerden mijn hoofd en staken me in gevangeniskleren. Ik had zoveel melk, die er nu niet meer uitkon. Wat deed dat pijn! Na dertig dagen lieten ze me vrij, zonder proces. Toen was Yuki al naar België vertrokken.'

Wat nu? Wat kan er nog gebeuren om haar pijn te verlichten? ‘De Belgen moeten beseffen wat voor onrecht er vijftig jaar geleden is aangericht', zegt Séverine. ‘

Volgens Veerle wil Séverine ook de vaders ter verantwoording roepen, die, áls ze nog leven, in alle rust van hun oude dag genieten. 'Het gebeurde met honderden kinderen, allen verwekt door kolonialen. Sommigen onder hen plukten knappe jonge meisjes van school of van de straat en als ze hen beu waren, stuurden ze hen weg of schoven ze hen door naar een vriend. Zij hadden de macht en permitteerden zich alles, een beetje zoals de maffia.'

‘Als iemand een klacht indient bij het Internationaal Gerechtshof, kom ik getuigen' aldus SEVERINE UWERIJINFURA

Hiermee sluit Veerle Beel haar kleine reeks over de kinderen van de kolonisatie af. Het werd geschreven in 2010, 50 jaar na de onafhankelijkheid van Congo, 50 jaar nadat aan de vooravond van de dekolonisatie van de Belgische kolonies, massaal kinderen werden weggehaald bij hun moeders en overgebracht naar België. We konden lezen hoe moeders dit hebben meegemaakt, hoe kinderen zich opnieuw moesten uitvinden en elk kreeg andere instrumenten hiertoe, elk deed het op zijn manier.