‘Kinderen van de zonde’ vragen erkenning

Artikel uit de Standaard van 26/04/2017 door Veerle Beel

Herschrijf de geschiedenisboeken, vragen de metiskinderen uit de Belgische kolonies. Ook het onfraaie verhaal van wat hen is aangedaan, moet erin.

 Jacques Albert (l.) vond pas eind 2015 zijn broer terug, in Wallonië. ‘Het klikte meteen. Een DNA-test was niet nodig.’ Bart Dewaele

Jacques Albert (l.) vond pas eind 2015 zijn broer terug, in Wallonië. ‘Het klikte meteen. Een DNA-test was niet nodig.’ Bart Dewaele

Ze waren gisteren met tientallen afgezakt naar de Senaat, waar ze hun verhaal kwamen doen. Dat van de metiskinderen, of kinderen van Belgische kolonialen met inheemse vrouwen. Vandaag zijn ze volwassen, gepensioneerd, of toch bijna. Zoals Jacques Albert (65), politie-instructeur uit Antwerpen en ­vader van onder meer Maya Albert, die lange tijd het personage Aïsha vertolkt heeft in de Eén-soap Thuis.

Jacques kwam als zevenjarige uit Rwanda naar België om er in een Antwerps pleeggezin op te groeien. Hij heeft een oudere broer, van wiens bestaan hij pas anderhalf jaar geleden op de hoogte werd gesteld. Jean Boreux (68) groeide op bij zijn vader en diens familie in het Waalse Profondeville. Hij is daar restaurantuitbater en ‘heeft niets’ met Afrika. Tot dus zijn broer bij hem aanklopte.

Met de hulp van het Vlaams Centrum voor Adoptie en de historica Sarah Heynssens kreeg Jacques Albert halfweg 2015 toegang tot het Afrika-archief van het departement Buitenlandse Zaken. Hij wilde meer te weten komen over zijn roots: wie waren zijn echte ouders, die in het pleegdossier als ‘onbekend’ geboekstaafd stonden. Hij vond hun namen, maar trof er onverwachts nog een derde aan: die van zijn broer, die drie jaar voor hem geboren werd en wél erkend werd door zijn vader.

Iets met uniformen

‘Het klikte tussen ons vanaf de eerste blik. Een DNA-test was overbodig’, lacht Jacques Albert. ‘We hebben veel gemeen, we hebben bijvoorbeeld allebei iets met uniformen. Ik als politie-instructeur, hij als gewezen diepzeeduiker bij de marine. We hebben elkaar 63 jaar moeten missen. Wat een geschenk om elkaar terug te vinden! Het is fantastisch.’

‘Maar tegelijk voel ik woede tegenover de mensen die deze informatie al die jaren voor mij verborgen hebben gehouden. De moeder-overste in het internaat in Rwanda die mij voor mijn vertrek naar België een andere familienaam gaf. De overheid en de adoptiediensten in België die ons, metiskinderen, in het ongewisse lieten. Ook tegenover mijn vader, die in 2010 overleden is, en mij nooit erkend heeft. Dat begrijp ik niet. Blijkbaar leefde hij bij mijn geboorte al in onmin met mijn Tutsi-moeder. De gevolgen voor mij waren groot: ik heb jarenlang de Belgische nationaliteit niet gehad, ook niet toen ik al lang in België woonde. Dat veroorzaakte veel problemen: als student, bij mijn eerste job, bij mijn huwelijk ...’

Het is het verhaal van veel metiskinderen uit de voormalige Belgische kolonies, Congo, Rwanda en Burundi. Ze werden aan de vooravond van de onafhankelijkheid naar ons land geëvacueerd, in een zogenaamd ‘humanitaire actie’, om hen te redden. Maar eigenlijk werden ze aan hun moeders ontstolen. Uit Rwanda alleen, waar deze kinderen al vroeg in aparte weeshuizen of internaten werden ondergebracht, vertrokken 300 à 400 kinderen met speciale vluchten naar België.

Koloniaal en inheemse

Het waren kinderen van de zonde: geboren uit een relatie tussen een Belgische koloniaal en een ‘inheemse’ vrouw. Als ze niet door hun vader waren erkend – slechts één op de tien vaders deed dat – werden ze weggehaald bij hun moeders, om ze een ‘betere opleiding’ te geven. Toch mikte die scholing niet zo hoog als voor blanke kinderen. De metiskinderen werden vanaf hun kindertijd al gesegregeerd, en die segregatie en discriminatie zijn ook na hun overbrenging naar België blijven duren.

Daarover getuigden gisteren meerdere betrokkenen in de Senaat, waar ze – meer dan een halve eeuw na de feiten – erkenning vragen voor wat hen is aangedaan en wat al zo lang onder de radar blijft.

De hoorzitting kwam er op vraag van de vereniging Metis van België/Metis de Belgique. De kernboodschap van al die getuigenissen: ‘Erken dat onze geschiedenis ook een deel is van de Belgische koloniale geschiedenis, en van de Belgische geschiedenis tout court.’

Belgische overheid aan zet

‘Dit is een heel belangrijke dag voor ons. Bij elk getuigenis was het alsof ik een stukje van mijn eigen verhaal hoorde, ook al is het niet precies hetzelfde’, zei Jacqui Goegebeur (61) na afloop. Haar dochter Heleen Debeuckelaere (27) sprak duidelijke taal in het halfrond: ‘Veel van deze kinderen kwamen weliswaar goed terecht, maar dat was niet het geval voor een grote minderheid onder hen. Wat denk je dat er gebeurt als je als 7-jarige in een land komt dat je niet kent, in een systeem dat je niet erkent en niet beschermt, en waarbij je niet de Belgische nationaliteit krijgt? Wel, alles wat je denkt dat met deze kinderen kon gebeuren, is ook gebeurd.’

Het leed kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Daar waren velen het over eens. Maar het is niet te laat voor de Belgische overheid om nu nog haar verantwoordelijkheid te nemen. ‘Want nu zijn wij er nog.’

 

Excuses van Kerk

De Belgische bisschoppen hebben hun excuses aangeboden aan de metiskinderen, Zij werden onder dwang in religieuze ­instellingen geplaatst. De bisschoppen roepen iedere religieuze instantie op om eventuele archieven uit die tijd open te stellen.

De Senaat zelf gaat nog niet tot excuses over. ‘Eerst moeten we zo veel mogelijk ­repareren wat nog kan’, vindt senator Bert Anciaux (SP.A). ‘Want wat we hoorden, getuigt duidelijk van racisme en machtsmisbruik. Hier werden kinder- en mensenrechten geschonden. En wat het des te erger maakt: dit gebeurde ook nog eens met de volle steun van de overheid.’ (vbr)