De vereniging Métis de Belgique/Metis van België groepeert de Metis geboren in de territoria onder Belgisch koloniaal bewind : Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi.

Vòòr 1960

We zijn voor het grootste gedeelte kinderen die verondersteld werden wezen te zijn, of achtergelaten, opgevoed in pensionaten voor “mulatten”, in Congo ofRuanda. Wij werden aan onze moeders ontrukt en naar het pensionaat van de Zusters gebracht te Save in Ruanda. Blanke vaders telden niet, of werden niet aangemoedigd om hun kinderen te erkennen.

Een kleine minderheid heeft samen met zijn ouders geleefd, maar werd eveneens in de internaten geplaatst die werden voorbehouden aan de « mulatten ». De blanke die met zijn kind en zijn Afrikaanse partner leefde, diende zich discreet te gedragen in het openbaar, daar hij blijkbaar een koloniale wet overtrad, een soort ongeschreven, maar dwingende apartheid.

Het was uitzonderlijk dat vaders hun Metis kinderen erkenden en hun vaderschap waarnamen. Hun kinderen werden vaak naar de familie van de vader in België gestuurd, zonder de « schriftelijke » toestemming van de moeders.

Zeldzaam waren de blanke mannen die met hun vriendin huwden. De koloniale autoriteiten waarschuwden voor dergelijke huwelijken, ze werden afkeurden en zelfs gesanctioneerd. Daardoor konden ze enkel huwen volgens de Afrikaanse gebruiken van hun toekomstige vrouw. Sommigen aarzelden niet om met hun zwarte vrouw en kinderen naar België terug te keren, met alle moeilijkheden die daarmee verbonden waren.

Vanaf 1959

Onder het voorwendsel van de gewelddadige incidenten die gepaard gingen met de onfhankelijkheid van Congo in 1960, werden alle Metis van Save en elders verzameld in Usumbura, met de steun van de Belgische autoriteiten. Zonder onze moeders te verwittigen werden we massaal per vliegtuig naar België gevlogen.

Bij onze aankomst werden we opgevangen door verenigingen die zich inzetten voor de Metis, die ons meteen toevertrouwden aan Belgische onthaalgezinnen, adoptieouders of instellingen. Deze evacuatie, die gepaard ging met de ontvoering van Metis kinderen, liet de autoriteiten en de liefdadigheidsinstellingen toe ons verkeerdelijk te bestempelen als weeskinderen.

We groeiden op onder de voogdij van ad hoc liefdadigheidsinstellingen (zoals APPM, CMBV) terwijl we eigenlijk onder de voogdij van de staat hadden moeten staan. De meesten onder ons zullen geen contact meer hebben met hun moeders in Afrika, noch met hun broers of zussen die elders werden ondergebracht. Verschillende moeders en kinderen zouden er nooit meer in slagen om elkaar terug te vinden

We hebben gestudeerd, een baan gevonden, ons leven uitgebouwd. Sommigen werden beter omringd, opgeleid, opgevolgd dan anderen. Velen hebben spijtig genoeg zwaar geleden.